Espresso vormt de basis voor veel verschillende soorten koffie (espresso, lungo, americano, cappuccino, flat white, cortado, enzovoorts). Om je machine en maler goed af te stellen, richt je je daarom op het zetten van een dubbele espresso.
Bij het zetten van espresso komen veel variabelen kijken, die samen voor veel complexiteit kunnen zorgen. Daarom houden we het hier zo simpel mogelijk en halen we zo veel mogelijk variabiliteit weg. De essentie: Van 18 gram gemalen koffie tot 36 gram gezette koffie in 28 seconden. Zit je na 28 seconden op 60 gram gezette koffie? Maal dan fijner. Na 28 seconden maar 20 gram? Maal dan grover.
Maal 18 gram koffie. Gebruik je weegschaal om dit exact af te wegen. Zorg dat de gemalen koffie evenredig verspreid wordt in je portafilter. Gebruik je tamper om de koffie tot een compacte puck te persen.
Zet altijd een dubbele espresso, zodat de verhouding (18 gram in, 36 gram uit – ofwel, ratio 1:2) klopt. Gebruik je weegschaal om de hoeveelheid gezette koffie bij te houden. De doorlooptijd begint zodra je de koffieknop/hendel activeert. Houd met een timer bij hoe lang het duurt voordat je 36 gram koffie hebt gezet. Stop de machine zodra je op 36 gram zit.
Je kan gemalen koffie vergelijken met zand en kiezels. Het zal langer duren voordat water door heel fijn zand heen stroomt dan door kiezels. Duurt het dus erg lang voordat de water door de gemalen koffie heen loopt, maal dan iets grover, en vice versa.
Als de basis klopt, kan je altijd nog verder experimenteren. Bij sommige bonen is een doorlooptijd van 24 seconden lekkerder, bij anderen juist 29 seconden. Ook kan je spelen met de ratio. Bij de ene boon is een ratio van 1:2 (18 gram in, 36 gram uit) lekker, terwijl de andere boon bij 1:2.5 beter tot zijn recht komt (18 gram in, 45 gram uit). Of 18,5 gram in.